Kokkels

Informeer naar onze voorraad en bestel direct

Mosselen zijn in Nederland populairder dan kokkels, maar kokkels zijn minstens even lekker. Kokkels worden ook wel ‘Het Goud van de Wadden’ genoemd. Ze bevatten veel vlees en ze hebben een rijke smaak. Kokkels leven aan de oppervlakte in het zand en zijn herkenbaar aan twee dikke, gele, witte of grijze schelpen met parallelle nerven. Binnenin de schelp (die een diameter heeft van 3 à 4 cm) vindt u het vruchtvlees en een piepklein stukje koraal. Het vlees is stevig en bevat veel jodium en de allerkleinste kokkels kunnen rauw gegeten worden. Nederland is wereldwijd de belangrijkste producent van deze kokkels. De kokkels worden handmatig gevist en zijn MSC gecertificeerd.

 

Seizoen: januari – december
Latijnse naam: Cerastoderma edule
Herkomst: Nederland

Kokkels

Gratin van kokkels met spinazie

Benodigdheden voor 4 personen:

500 gr kokkels
500 gr spinazie
1 ui
60 gr verse room
parmezaanse kaas
2 glazen droge witte wijn

Blancheer de spinazie en hak deze grof en sauteer het in de olijfolie. Maak de kokkels schoon en doe ze in een pan met de witte wijn, gehakte ui, peterselie en peper. Kook de schelpen op hoog vuur tot dat ze openstaan. Haal de kokkels uit het vocht, en met de rest van het kooknat kan de saus worden gemaakt. Voeg de room toe en de spinazie. 

Haal de kokkels uit de schelp, vermeng ze nu voorzichtig met de saus en laat het geheel met de kaas in de oven gratineren.